De Vereniging
Natuurmonumenten bezit een deel van het landgoed Groote Meer.
Vroeger bestond het bijna uitsluitend uit heide en stuifzanden. Rond 1920
werd het gebied bebost met naaldbomen. De zeeden werd gekozen vanwege zijn
snelle groei. Nu zijn het dikke bomen van zacht hout waarin spechten broeden.
Andere broedvogels in het bos zijn buizerd en havik.
Op de heide en in de vennen leven heikikker en levendbarende hagedis. In de
heideveldjes liggen enkele stuifzandplekken die Natuurmonumenten wil behouden
vanwege het belang voor diverse insecten en korstmossen. Aan de rand van het
stuifzand kunt u enorme mierenhopen van de rode bosmier aantreffen.